Examples of using Iphicles in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Iphicles. Gooi hem eens.
De mijne noem ik Iphicles.
Gaat dit om Iphicles?
Dus Iphicles wil naar je luisteren.
Alsjeblieft, Iphicles. Je bent jezelf niet.
Iphicles is vaardig met het zwaard.
Koning Iphicles. Je bent net op tijd!
Iphicles, waar bleef je nou?
Iphicles. Stop.
Iphicles. Stop. Iolaus, jij bent mijn vriend!
Iphicles…- Ik ga hier niet over in discussie.
Ik wil Iphicles gaan redden voordat Ajax iets echt doms doet.
Weet je dat Iphicles als erfgenaam is benoemd als voorzorg tegen Hercules?
Ik ben Iphicles, zoon van Alcmene, de nicht van uw vader.
Een plan. Hercuels is weldra hier en Iphicles zal naar hem luisteren.
Een plan. Hercuels is weldra hier en Iphicles zal naar hem luisteren.
Weet je van de verloving tussen mijn broer Iphicles en Hebe, prinses van Kreta?
Laten we opnieuw beginnen, met Iphicles… onze zoon
etmalen worden bestendigd als mijn erfgenaam, prins Iphicles, zal trouwen met de prinses van Kreta!
Ik heb Iphicles mijn erfgenaam gemaakt.