Examples of using Joke in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Joke en Louis zijn erg aardige gastheren.
Joke van den Dool,
Prijs/kwaliteit 9 Joke Oostvogels, met het gezin.
Joke van den Berg,
Wim& Joke Hardeman, met partner.
Wij zijn Joke en Alexander Scholtens Weert.
Joke en Gerard waren geweldige gastheren.
Wij zijn Bob en Joke Otten.
Het TPACK-model' met Petra Visser en Joke Voogt.
Wij zijn Marc en Joke van Duin.
Wij zijn Dimitris en Joke.
Met dank aan Joke en Niels-Jan.
House, er is een patiënt. Joke killer.
House, er is een patiënt. Joke killer.
Maar daarover bij Joke later meer!
Joke was een geweldige gastheer,
Joke ging deze zomer op reis met een camper via Goboony.
Joke Hermsen(1961), schrijfster,
Joke wordt boos
Thats the joke! een jaar geleden.