Examples of using Jureren in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Zijn visie op drum corps en het jureren daarvan heeft DCH ver vooruit geholpen.
Het publiek, bestaand uit mindere goden en sterfelijken, zou de werken jureren.
Ik moet jureren. Dat geeft niet.
Jureren van 'n schoonheidswedstrijd.
En om mij te helpen jureren… begroeten we een bijzondere gast.
Ze jureren op punten?
Jureren duurt ongeveer een uur om te veroordelen?
We jureren de varkens over vijf minuten.
Daar jureren wij wel over.
Ik moet jureren. Ja, meneer.
Donderdag, jureren bij het schilderconcours hier in het gemeentehuis.
Ik voel me vereerd om weer te mogen jureren.
Jullie mogen jureren.
Eigenlijk mag ik niet jureren.
Niet praten tijdens het jureren.
Excuseer me, Maar weet jij, hoe we moeten jureren?
Ross en ik kunnen jureren.
We moeten jureren.
Sorry, ik moet een sudokuwedstrijd jureren voor de logica-les.
En nu wil je echt dat wij jureren bij deze wedstrijd?