Examples of using Kamerling in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
dochter van Meindert Eleveld en Aaltje Kamerling.
zo Filippus als de kamerling, en hij doopte hem.
kwamen ze aan een zeker water en de kamerling zei,'Ziedaar, water.
Toen riep de koning van Israel een kamerling, en hij zeide: Haal haastelijk Micha, den zoon van Jimla.
Er zijn mensen voor het protocol, de kamerling, de aide-de-camp… en natuurlijk uw hofdame Madge,
Er zijn mensen voor het protocol, de kamerling, de aide-de-camp… en natuurlijk uw hofdame Madge,
kwamen zij aan een zeker water; en de kamerling zeide: Ziedaar water;
dochter van Jacob van der Kroon en Neeltje Kamerling.
nou komt daar die wagen voorbij, waarop de kamerling van Ethiopië zit.
die des konings kamerling was, overreed hebbende,
kwamen zij aan een zeker water; en de kamerling zeide: Ziedaar water;
kwamen zij aan een zeker water; en de kamerling zeide: Ziedaar water;
kwamen zij aan een zeker water; en de kamerling zeide: Ziedaar water; wat verhindert mij gedoopt te worden?
Toen gaf de koning haar een kamerling, zeggende: Doe haar wederhebben alles,
des konings kamerling, de bewaarder der vrouwen,
des konings kamerling, de bewaarder der vrouwen, zeide; en Esther verkreeg genade in de ogen van allen, die haar zagen.
Toen zagen op hem twee, drie kamerlingen.
werden Bigthan en Theres, twee kamerlingen des konings van de dorpelwachters,
En Charbona, een van de kamerlingen, voor het aanschijn des konings staande,
de vorsten van Jeruzalem, de kamerlingen, en de priesteren, en al het volk des lands, die door de stukken des kalfs zijn doorgegaan.