Examples of using Kanon in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Paddestoel Kanon 2.
Die pen van jou is een kanon.
Vanuit de lucht… Ik hoorde een kanon.
Z'n kanon zat vast.
Tweede kanon! Nu!
Rechercheur Kanon, we hebben een proces.
Eerste kanon, klaar! Geladen.
X Hinchliffe models tinnen soldaatjes en 3x kanon.
We doen net alsof jouw propjes… en mijn kanon nooit bestaan hebben.
Vandaag presenteer ik u het kanon 75.
Rechercheur Kanon, ga niet naar die kamer.
Wilt u het kanon zien? Kanonnen?
Nou, het T-shirt kanon werkte.
Voor het kanon.
Iemand anders moet het kanon zijn.
We hebben alleen contingent voor kanon 1.
Rechercheur Kanon, nu moet ik iemand ondervragen.
Schakel z'n kanon uit!
En stuur me een kapo voor ons kanon.
De invasie bleef uit en het kanon heeft nooit gevuurd.