Examples of using Kasim in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Vriend van Kasim?
We moeten de meisjes vinden en ze van die wolf redden, Kasim.
En hoeveel je het ook haat om dit te moeten horen, Kasim zal moeten wachten.
Ik heb hem de sms'en laten zien… waarin ik Kasim zeg geen contact meer op te nemen.
Kasim belde gisteravond.
Abu Kasim. Enzovoort.
Is Kasim van mij?
Ik heet Yussef Kasim.
Hij was aardig. Kasim.
Mijn hand daarop, Kasim.
Gaat dit om Kasim?
En wij verliezen Kasim.
Geboekt door Kasim Ashrawi.
Kasim, ik moet zeggen!
Kasim. Hij was aardig.
Heb je Kasim gezien?
Schiet haar neer, Kasim.
Het is Kasim, toch?
Kasim, zorg voor uw zuster.
Houd je woede vast, Kasim.