Examples of using Katrine in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Hij neemt wraak op Katrine.
Katrine,… weet je wat ik achter mij heb staan? MEVR. STOCKMANN.
Ja, want zij_durven_ hun naam er niet onder zetten, Katrine!
Afronden, Katrine.
Gefeliciteerd, Katrine.
Het is Katrine.
Katrine Ries, Moordzaken.
Ren weg met Katrine.
Goed gedaan, Katrine.
Ik ga Katrine bellen.
Katrine kan ernaar verwijzen.
Katrine is z'n kroonjuweel.
Uitzoomen op Katrine, drie.
Katrine Fønsmark van TV1 Nieuws.
Goed idee, Katrine.
Katrine, laat Lindenkrone antwoorden.
Katrine Fønsmark doet verslag.
Maar vooral jij, Katrine.
Katrine, gaat het?
Katrine schrijft dat verhaal niet.