Examples of using Kens in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Kens, heb je iets?
Kens, jij en Deeks gaan Clay's huis even bekijken.
Kens, we identificeerden je dooie.
Hoor je dat, Kens?
Kens systeem is waterdicht.
Kens reclasseringsambtenaar.
Kens, nog een lichaam.
Kens secretaresse, mag je haar?
Vandaag polsen we naar Kens ervaringen van de voorbije maanden.
Ze zullen de jongen eerder aan Kens meegeven.- Sam heeft gelijk.
Nee. Kens zette ze al op scherp.
Nee. Kens zette ze al op scherp.
Ze zullen de jongen eerder aan Kens meegeven.- Sam heeft gelijk.
Tenzij Kens moeder de verkeerde kant op gaat.
Kens, het huiszoekingsbevel voor de garage van Daniel Aguilar is er.
Kens, het doorzoekingsbevel van Daniel Aguilar's garage komt net binnen.
Niet sinds Kens vader stierf.
Je vindt Kens eten lekker, of niet?
Kens Droomhuis.
Kens?-Zeg het eens, Nell?