Examples of using Maik in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Als geen ander weet Maike dat een intercultureel persoon verder kijkt dan alléén taal.
Maike houdt zich bezig met inhoudelijke kwaliteitsbewaking van onze trainingen.
Maike Kuhlmann zijn experts in het gezond en gehydrateerd houden van de huid.
Maike Von Bremen was geboren op 03 april,
Maike heeft veel eigen kunst in het huis,
Maike is tekstschrijver,
Maike groeide het grootste deel van haar leven op in Duitsland, net over de grens.
Maike Aden, kunsthistoricus en musicoloog,
Na het tweede album heeft zangeres Maike de band echter verlaten
Maik, vandaag nog.
Zeg iets! Maik?
Ik moet gaan. Maik?
Ik ga zitten, Maik. Echt.
Maik? Het betreft je moeder.
Echt. Ik ga zitten, Maik.
Achteraf bleek ook André en Maik getroffen.
Maik. Het is warm, hè?
Ik was je helemaal vergeten. Maik!
Ze redden ons… Goddank. Maik?
We hebben ook een voordeur. Maik?