Examples of using Mandarijn in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Hé, geef haar een mandarijn.
Hij verstaat Frans en Mandarijn.
Ik kan een mandarijn eten als ik zin heb. Kijk.
Geef haar een stukje mandarijn.
Topnoten van bergamot, mandarijn en vetiver.
Kijk. Ik kan een mandarijn eten als ik zin heb.
De twee helften van een mandarijn.
Of zoals ze in het Mandarijn zeggen.
Fijn dat je m'n mandarijn gegeten hebt.
Twee jaar bij GCHQ. Mandarijn vertaler.
Eet je Kip Mandarijn.
Twee jaar bij GCHQ. Mandarijn vertaler.
Eet je Kip Mandarijn.
Ik leerde Mandarijn.
Oranje! Mandarijn.
Je bent niet de Mandarijn, hè?
Het sandelhout is doordrenkt met limoen en mandarijn.
Ik denk dat mijn baas voor de Mandarijn werkt.
Schat? Mandarijn. Mandarijn.
Engels of Mandarijn.