Examples of using Marlene in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Marlene, we zijn hier gaan wonen toen ik ben afgezwaaid in 1946.
Marlene, ik wil meer horen.
Marlene? Ze is net weg.
Marlene? Ze is net weg?
Marlene, we hebben die auto gevonden.
Marlene! Wat gebeurt er?
Marlene, we hebben die auto gevonden.
Marlene van Steinbock was erg vriendelijk en behulpzaam.
Charleston jurk en marlene broeken waren toen de keuze van elke modebewuste vrouw.
Kolonel Sink is in Rheims om Marlene Dietrich te zien.
Beschrijving De Marlene black skirt with polka dot frill& bow van Bunny.
Marlene Surprise heet dit gefronste chemo mutsje.
Dit chemomutsje Marlene Rio is pure verwennerij.
Marlene had iets waardoor ik gewoon.
Marlene werkt voor een proctoloog.
Marlene is boerin,
Marlene heeft je in haar greep.
Greta Keller was een soort Marlene Dietrich… weet je, muzikaal gezien.
Marlene werkt voor een proctoloog.
Marlene werkt voor een proctoloog.