Examples of using Mati in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ze ging maar door over Mati's alimentatie.
Ze bleef praten over Mati's alimentatie.
Mati, doe open!
Wordt Mati genoemd?
Of niet, Mati?
En de naam Mati?
En jij, Mati?
Ze vond Mati wel.
En zo vond ze Mati?
Ik kwam daar met Mati.
Werd hij altijd Mati genoemd?
Ik wil dit aan Mati geven.
Ik ben 't dorpshoofd van Mati.
Hier ben ik. Mati. Bibi.
Luchthaven Mati biedt non-stopvluchten naar 7 steden.
Mati en ik zijn heel verschillend.
Hier vind je de veertiendaagse weersverwachting voor Mati.
Waar kan ik die Mati vinden?
Soort van. Mati staat voor me.
Mati en ik hadden het leuk samen.