Examples of using Mouch in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Het is Mouch z'n avond.
Mouch, Kidd, neem de minivan.
Mouch zoekt je.
Het is Mouch z'n avond.
Zie ik Mouch verhalen vertellen
Mouch en Otis botsten net enorm.
Mouch heeft een hartaanval. Mayday, mayday.
Mouch, kom eens.
Mouch. Hang die telefoon op.
Ik zou geen Mouch willen zijn.
Jij en… Mouch?
Bedankt voor je komst, Mouch.
Ik zou in ieder geval geen mouch willen zijn.
Wat wil je, een pilsje? Mouch.
Mayday, mayday. Mouch heeft een hartaanval.
Gaat het, Mouch?
Is dit niet het logo van Goody's Pizza? Mouch.
Is Mouch verhalen aan het vertellen
Volgens Mouch staat de vakbond achter de chef… maar blijkbaar heeft chef Riddle gevraagd aan Boden om niet naar het gala te komen.
Laten we Mouch, Otis en Cruz er bij betrekken en een mooie presentatie maken!