Examples of using Naseem in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Naseem. Nog nieuws?
Ik wacht op Naseem.
Zijn naam is Naseem Vaziri.
Heb jij oom Naseem uitgenodigd?
Goed, Naseem, hier is je kans.
Ik heb een telefoon nodig, Naseem.
Naseem vermoedt dat hij onze dispatch afluistert.
Dat is dicht bij waar Naseem woont.
Je weet veel over bommen, Naseem.
Naseem Tarawnah had graag meer veranderingen gezien.
Naseem heeft 'n shotgun onder de balie.
Het is echt, ammo Naseem, want ik.
Naseem zei, dat er drie bommen waren.
Bedoel je je oom Naseem in de diamantenbuurt?
Naseem. Je hebt me nog nooit tegengesproken.
Nu wil ik je enkele vragen over Naseem stellen.
Bedoel je je oom Naseem in de diamantenbuurt?
Met familie? Ga je bij oom Naseem werken?
Naseem. In welke gevangenis heb je je bekeerd?
Herinner je je onze wederzijdse vriend, Naseem Vaziri?
