Examples of using Nepper in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Wat? Nog een nepper?
Ze is een nepper.
Ze was altijd mijn nepper.
Dat is geen nepper.
Wat? Nog een nepper?
We zouden het niet hebben gebracht als het een nepper zou zijn.
Leugenaar, fraudeur, nepper.
We zouden het niet hebben gebracht als het een nepper zou zijn.
We zouden het niet hebben gebracht als het een nepper zou zijn.
Jianyu is een nepper. Dag.
De wereld wordt alsmaar nepper en gekker.
Nee, jij bent geen nepper, oké?
Het is geen nepper, geloof me maar.
Jij bent zo'n nepper, Thomas!
Nepper, nepper! Lisa, vat het niet persoonlijk op!
Een nepper, toch?
Begrijp het verschil tussen een nepper en een echte tas.
Denk je dat je de bewegingen hebt, nepper?
En dat is geen nepper.
Ik ben Iris Nepper.