Examples of using Overtijd in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Dus vanaf de eerste dag dat je overtijd bent.
Ik ben twee maanden overtijd.
Je bent drie weken overtijd voor de aankoop… Hé, jongens.
Je zei dat je overtijd was.
Je bent drie weken overtijd voor de aankoop.
Omdat ik overtijd ben.
We zijn er zo mee overtijd.- OK.
Ik ben overtijd.
We zijn er zo mee overtijd.- OK.
Je hebt gelijk, ik ben overtijd.
Ik ben overtijd, en dat ben ik nooit.
Ik ben overtijd, maar dat betekend nog niks.
En dan ben ik één keer overtijd… en dan hecht het zich niet.
Ik ben overtijd. Wat ben je niet?
Ik ben overtijd. Wat?
Ik ben overtijd. Wat?
Ik was overtijd, maar.
Ada… Hoelang ben je overtijd?
Ben je overtijd?
Ben je meestal overtijd?