Examples of using Pablo in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Mr de Pablo was zeer onder de indruk.
Ben jij Pablo Benitez' zoon?
Kun je De Pablo in verband brengen met Jessica's dood?
Pablo gaat niet in de cel eindigen.
Als Pablo aan onze voeten ligt zodra dit voorbij is, dan winnen wij.
Pablo is dood en Javi heeft me op mijn huwelijksdag verlaten.
Die scène waarin Jordi Pablo tijdens de begrafenis ten huwelijk vraagt.
Pablo haalde uit naar Jesse.
Pablo zal denken dat je geklikt hebt.
Pablo zal iets anders denken.
Pablo zal iets anders denken.
Pablo zegt dat je iets wilt verhandelen.
Ik moet Pablo te pakken krijgen.
Pablo, wat is er toch?
Pablo heeft een uitweg van hier.
Wanneer Pablo zich meldt, zetten we observatieposten op, om alles te volgen.
Pablo. Als 't plan wijzigt….
Pablo, wat is er toch?
Waar is Pablo? Hij moest naar Bogota?
Pablo zei dat die lui hem iets wilden aandoen.