Examples of using Pasja in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik heb alles geregeld, pasja.
Fluister het me in, Gordon pasja.
En jij bent de pasja van Oran?
De Turkse bevelhebber Fahri Pasja weigerde te capituleren.
Pasja is dood en begraven.
Talaat Pasja vluchtte naar Berlijn.
De pasja koos uiteraard voor optie twee.
De pasja in de troonzaal.
Welkom, pasja. Oké.
Pasja, geef ze het geweer.
Pasja, doe je telefoon weg voor hij vertaalt wat ik zeg.
Oom Pasja, ben jij besmettelijk?
Hebben jullie pasja pasta?
Maar ik ben geen pasja.
Hij heeft je munten. Het was Pasja.
Je bent een goede man, Pasja.
Goud… geweren… het hoofd van de pasja in een mand met meloenen… zelfbestuur voor mijn volk.
Pasja Bishr heeft me geleerd
De slavinnen in Seïds harem zorgen voor Gulnara, de favoriet van de pasja.
Koroni De slavinnen in Seïds harem zorgen voor Gulnara, de favoriet van de pasja.