Examples of using Plasser in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Papa had haar bezeerd met z'n plasser.
Mijn plasser bekijkt je e-mail.
Die plasser had een moedervlek,
Hij raakt zijn plasser aan. Geweldig.
Ja, dat is een plasser.
Wes voorzichtig, kleine plasser.
Ik geef Tony de plasser de schuld.
Waarom staat papa in een tijdschrift met een zwart ding dat zijn plasser bedekt?
Beej, Peg en de kleine plasser.
Stoort m'n muziekje bij het schrijven naarje vrouw en plasser?
Uw plasser?- Ja, mijn plasser.
Ik maak me zorgen over m'n plasser.
Zeg eens: Was je plasser.
Hallo. Dit zijn Plasser en de Kont live op de Quahog Luchtshow.
jij bent een kleine broek plasser.
En die moedervlek zal 'm verraden. Die plasser had een moedervlek.
Hij zei: Mama, m'n plassertje zit vast in m'n rits!
Heb je een plassertje, ik niet.
We knippen je plassertje af, Stan!