Examples of using Polonius in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Je scène met Polonius ging fantastisch.
Polonius is een raadsman van Claudius.
Je gaat Polonius' paleis zomaar binnen lopen.
Nee, jouw vader, mijnheer Polonius.
En nu heeft Polonius nog eens laryngitis ook.
Ik heb Polonius en het banksysteem aan mijn kant.
Gaat u de strijd aan met Mr Polonius?
Polonius reageerde negatief,
Polonius, Gertrude en Ophelia spreken hem vanuit het dodenrijk toe.
Polonius. Wees gul en let niet op de kosten.
Laertes is de zoon van Polonius en de broer van Ophelia.
Polonius. Wees gul
Je vergeet dat ik de opvolger van Polonius in mij draag.
Scott en Polonius liegen. Dat wil niet zeggen
Polonius stelt voor dat zijn dochter informatie inwint bij Prins Hamlet.
Rosencrantz en Guildenstern proberen te ontdekken waar Hamlet Polonius' lijk heeft verborgen.
Polonius is de vader van Ophelia,
uiteindelijk vechten over de dood van Polonius en Ophelia.
Ophelia: genoemd naar Ophelia, de dochter van Polonius uit Shakespeares stuk Hamlet.
Polonius, chief raadgever van Claudius,