Examples of using Prius in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Vast niet. De Prius is gestolen.
Ik heb een Prius.
We kunnen niet allemaal een Prius hebben.
Toyota stond voor een grote uitdaging met de vierde generatie van de Toyota Prius.
Hybride In 1997 was de Toyota Prius de eerste hybride op de markt.
Als ik wist dat we in een prius werde gepropt, had ik wel extra kleren meegenomen.
bracht de Toyota Prius op de markt, gaat 52 mpg in de stad
Ik dacht dat alleen hij, zonder zonde, de eerste zou Prius stemmen.
Ze konden niet begrijpen hoe Toyota winst kon maken… op de Prius, bijvoorbeeld ze zouden er flink op verliezen.
je probeert er eerder te zijn dan een bomenknuffelaar in een Prius. De derde plek daar aan het einde.
Ging parkeren toen Mr Campbell tegen haar auto botste en werd toen verrast door een witte SUV. Bestuurder van de Prius, Aubrey Stenstrom.
Ondertussen, hybride sport-utility vehicles hebben gestreden in de omzet in vergelijking met de Prius, deels omdat een SUV doesnâ € ™ t hebben een groen imago te beginnen met, volgens analisten.
iconisch, iets dat vermogen en weergave oproept. Interessant dat in het begin van 2007, de Financial Times meldde dat bedrijven in Detroit het aureool benijden dat Toyota kreeg door de Prius als hybride, energiebewust voertuig,
Een Prius.
Koop een Prius.
Het is een Prius.
In een Prius?
Nemen jullie de Prius.
Nieuwe Prius Ontdek de nieuwe Prius. .
Ik heb een Prius.
