Examples of using Prue in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Doe de groeten aan Prue.
Phoebe liet je niet in de steek… maar Prue.
Tegen jou, want jij bent Prue.
Ik kreeg huisarrest, Prue.
Ik ga naar de keuken. Misschien kan ik Prue bereiken.
Eén van hen had Prue vast.
Was het echt Prue?
Als we het niet voor onszelf doen… dan tenminste voor Prue.
Waarom zou jullie niet hetzelfde als Prue overkomen?
Tevens begon hij zijn relatie met Prue opnieuw op te bouwen.
Een oude vriend van Prue.
Andy, ik kan Prue niet bereiken.
Daar zorgt Prue voor.
Prue.- Vangen!
Prue, wacht!
Ik heet Prue.
We redden Prue.
Prue, het moeddrankje.
Schiet op, Prue.
Jij moet Prue zijn.