Examples of using Rivkin in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ze hebben Rivkin.
Rivkin? Altijd?
Rivkin is dood.
Rivkin? Veilig.
Rivkin? Veilig?
Rivkin was straalbezopen.
Rivkin? Altijd.
Rivkin wilde hem doden.
Rivkin wacht hem op.
Rivkin was verward.
Hij heet Michael Rivkin.
Rivkin gaf ons Haziq's naam.
Om Rivkin te dekken.
Rivkin vermoordde die Amerikaan.
Rivkin vermoorde die Amerikaan.
Volg je Rivkin nog?
Dus Rivkin moest ze bespioneren.
Rivkin was niet losgeslagen.
Volg je Rivkin nog steeds?
Rivkin gaf ons Haziq's naam.
