Examples of using Robert in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Robert, dat meisje, Alina.
Robert, ik… Ik heb met Alec gepraat.
Robert en ik zijn uit liefde getrouwd.
Robert en ik hebben zijn overnamepapieren ondertekend.
Robert, ik heb het voor jou gedaan.
Robert, ik kan je dit niet laten doen.
Robert en ik hebben de papieren ondertekend.
Robert, wat? Maar Rob?
Robert, ik wil vennoot worden. Samantha.
Robert, wat? Maar Rob.
Robert en… jij?
Robert en… jij?
Robert, ik heb nieuws. Cameron?
Robert, ik schaam me voor je. Spioneerde hij?
Robert de Rainault, de sheriff van Nottingham.
Robert, ik heb nieuws. Cameron?
Toon bedrijfstitels met de uitdrukking"robert".
Robert axle samensteller.
Mevrouw Robert Ferrars.
Van Robert Frost.