Examples of using Rumson in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Wie zijn dat, Mr. Rumson? Stilte!
Ik ben Bob Rumson, kandidaat voor het presidentschap.
Hé Willie, heb je Ben Rumson gezien? Graven!
heb je Ben Rumson gezien?
Senator Rumson heeft benadrukt dat het presidentschap draait om karakter.
Mrs Ben Rumson.
Lk neem meestal geen bad met kleren aan, Mr Rumson.
Mrs Rumson vindt het vast erg dat je niet komt eten.
Lk raad je aan, Rumson, om me geen hond meer te noemen.
Of je nu voor zaken of plezier reist, Rumson biedt voor ieder wat wils.
Bij me staat senator Robert Rumson een van de gasten in een vanavond eensgezind Witte Huis.
Terwijl Mrs. Rumson bij een andere man blijft?
Mr Rumson, dat we de koetsier neerslaan,
Rumson is een plaats(borough) in de Amerikaanse staat New Jersey,
Of hij niet denkt dat hij met wat inspanning Ik wil Ben Rumson rechtstreeks vragen zijn jaloersheid kan beheersen?
Mr. Rumson, Orde!- Orde!
Ben Rumson,?
Ben Rumson, en al haar minerale hulpbronnen. Geachte aanwezigen.
Ben Rumson, het exclusieve recht te geven op Mrs Elizabeth Woodling,
Jij bent Mrs Ben Rumson en ik vermoord iedereen die dat ontkent, en ik blijf erbij tot ik verderga,