Examples of using Tane in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Hallo. We moeten naar Tane.
Door het optimaal aantal zonuren wordt de kleur in de Glances of Urban Tane nog intenser.
Bahar dar is een moderne kleine stad op de zuidoost kant van Lake Tane in het noorden van Ethiopië.
Tane wel.
Tane, kijk ernaar.
Mijn naam is Tane.
Niet doodgaan, Tane.
Heb je Tane gezien?
Kijk naar ons, Tane.
God zegene je, Tane.
Tane, je bent onmogelijk.
Ja, Tane. Dat klopt.
Kijk naar je zoon, Tane.
Jij bent een krijger, Tane.
Tane is altijd direct geweest.
Hé. Tane beschermt zijn vriend.
Heb je Tane gezien?
De voormalig inspecteur? Tane?
En je vriend Tane helpt hem.
Hoe gaat het, Tane?