Examples of using Tapper in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
ligging en tapper.
Ralph is vast weer in slaap gevallen op het toilet van Tapper's.
Ralph zal wel weer in slaap zijn gevallen op het toilet van Tapper's.
Ralph viel vast in slaap in het toilet van Tappers.
Ik zie je bij Tappers over een poosje, denk ik. Oke.
samen met de tappers en bestuursleden.
uit een geslacht van tuinders, tappers en zeelieden.
Nietwaar, Tapper?
Toch, Tapper?
He, Tapper?
Toch? Toch, Tapper?
Nietwaar? Nietwaar, Tapper?
Nietwaar? Nietwaar, Tapper?
Mrs Tapper voor volgende week.
Toch? Toch, Tapper?
Dat je voor Tapper werkt.
Dat je voor Tapper werkt.
Nietwaar, Tapper? Nietwaar?
Ik bel rechter Tapper. Oké.
Wat? Goedemiddag, Mr Tapper.