Examples of using Team speelde in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ieder team speelt in totaal 26 wedstrijden 13 thuis, 13 uit.
Jouw team speelt minimaal 10 wedstrijden per competitie(20 per jaar).
Het team speelt sinds 2008/09 in de Tercera División.
Elk team speelt op een veldhelft van 9x9 meter.
Twee jongens van het lacrosse team speelden met mijn astma-inhalator.
Mijn team speelt verdedigend, op de rebound.
Alle teams speelden drie keer tegen elkaar.
Het eerste team speelt in de promotiedivisie.
Team speelt vierde duel ondanks vrieskou en sneeuw.
Het team speelt dan elke twee weken in La Fonteta.
Nederlands Team speelt eerste indoor-duel van het seizoen.
Nederlands Team speelt tweede intersquad game van het jaar.
The team speelt haar thuiswedstrijden in Palau Blaugrana.
Ons team speelt bij de volgende wedstrijd tegen het zijne. Echt waar?
Ieder team speelt 5 wedstrijden per dag.
Denk groter. Elk team speelt wedstrijden.
Denk groter. Elk team speelt wedstrijden.
Denk groter. Elk team speelt wedstrijden.
Waarom?-Ons team speelt vandaag.
Waarom?-Ons team speelt vandaag?