Examples of using Team speelt in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Mijn team speelt tegen jouw team. .
Je team speelt goed.
Docs oude team speelt vandaag.
Mijn team speelt vandaag.
Zijn team speelt de Super Bowl.
Ons team speelt als een groep padvindsters.
Conrads team speelt morgen een kampioenswedstrijd.
Ons team speelt als een groep padvindsters.
Haar favoriete team speelt.
Nu is het onredelijk om volkslied van China spelen wanneer ons team speelt.
Haar favoriete team speelt.
Dit team speelt een centrale rol bij het realiseren van innovaties
Het team speelt 95% Dead or Alive met een aantal andere speelautomaten bij te dragen aan de resterende 5.
Een team speelt op donderdag en zondag,
Elk team speelt tegen elke tegenstander twee keer een keer thuis
Het Nederlands Softbal Team speelt donderdag de eerste wedstrijd vs. Groot-Brittannië,
Het team speelt woensdag de eerste wedstrijd
Het Nederlands Softbal Team speelt een indoorwedstrijd tegen het Nederlands Honkbal Team aanstaande zondag 23 februari in de Amsterdamse Sporthallen Zuid.
Het Ewals Cargo Care TFC team speelt de eerste kwalificatierondes op 18 april in Etten-Leur.
Ik weet niet waar je in verzeild bent geraakt, makker… maar het andere team speelt met meer slagkracht.