Examples of using Tej in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Tej, hou 'm stabiel!
Tej, wat doe je?
Tej, bel het door.
Wat heb je, Tej?
Tej, hou 'm stabiel!
Tej en Roman zijn weg!
Ik haat je, Tej.
Tej. Hoe is het?
Tej, stuur me die info.
Tej, stuur de informatie.
Ik weet het niet, Tej.
Probeer ook eens Tej(Ethiopische honingwijn).
Tej. Een Afrikaan met een beanie.
Hij vertelde Tej wat hij later wil worden?
En Roman en Tej leven in luxe.
Tej, hebben we al camerabeelden?- Ja.
Tej, Roman, ik kom eraan!
Tej, we hebben auto's nodig zonder computerchips.
Het maakt niet uit wie ik ben, Tej.
Tej, we hebben auto's zonder computerchips nodig.