Examples of using Tipton in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Hier hebben ze commandeur Tipton.
Tipton, jij bent de baas.
Wil je op Tipton blijven?
Miss Tipton bond de knoop zelf.
Verblijf in je eigen vakantiewoning in Tipton.
Tipton? We hebben er nooit opgetreden.
Taille elastiek breed troy& tipton- Kantjeboord.
Mag Mr Tipton uw zoon niet zien?
Waarom is Mr. Tipton niet ondervraagd?
Brooke of Tipton maak je niet bang!
meneer Tipton?
Hetzelfde viel voor bij jazzmuzikant Billy Tipton.
Alle artillerie was gedetacheerd aan Parson in Tipton.
Hoe gaat het met jou, meneer Tipton?
En hoe voel je je, Miss Tipton?
Inchecken Uitchecken Prijzen weergeven Tipton heeft helaas geen hotels.
We hebben er nooit opgetreden. Tipton?
Dat gaat je niets aan, Ben Tipton!
Miss Tipton, Ik moet aandringen dat je hier blijft.
Hotels met goedkope aanbiedingen in Tipton.