Examples of using Wasgoed in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Eenvoudig eenvoudig belaadsysteem voor het uitsorteren van het wasgoed.
Ons wasgoed.
De mogelijkheden: van wasgoed van couchage en toilet, van huishouden.
Ik haat het om te ontwaken en het verdomde wasgoed van anderen te zien.
Hang je er wasgoed aan?
wc en lava wasgoed.
De Dobiman, met hun stapels wasgoed al zwaar in de weer.
Ik weet wat je met het wasgoed doet.
Er is een kleine patio waar u uw wasgoed kan drogen.
Niet schoon, vlekken in wasgoed.
Hang je daar wasgoed op?
Klein hof met barbecue en étandage voor het wasgoed.
Er wordt wat wasgoed vermist.
Goedemiddag, kolonel. Uw wasgoed.
De lakens, de hoofdkussens en het wasgoed van huis worden niet geleverd.
Heb je wasgoed?
Laten we het op het wasgoed doen.- Debbie.
Wasmachine, seche-linge en draden aan wasgoed.
Ik doe mijn wasgoed.
De buren worden helemaal gek… met al die rook in hun wasgoed.