Examples of using Weekeind in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
We zouden alleen een weekeind gaan.
Zij zijn dit weekeind je gastvrouwen.
Ik heb deze kinderen ontmoet in het weekeind bij vader.
In het weekeind is hij doorgaans buiten te vinden,
Er is geen verschil tussen doordeweekse dagen en het weekeind of vakanties, behalve dat er geen post wordt uitgedeeld in de weekeinden en vakanties.
Pasen en Pinksteren, weekeind van vrijdag 15:00 uur t/m dinsdag 10:00 uur.
Hier vertoeven  in het weekeind vooral de welgestelden uit Milaan
Het Sea Life Speyer is van maandag tot vrijdag van 10 tot 17 en in het weekeind en bij feestdagen tot 18 geopend.
waardoor in het weekeind en in de vakantie beperkt parkeerruimte voorhanden is.
Craig wil zijn kinderen niet alleen in het weekeind zien, omdat jij een grote mond had.
Paul, is het hele weekeind de stad uit. Mijn krediet is bereikt, maar, ik heb een mooi huisje en mijn nieuwe vriend.
Paul, is het hele weekeind de stad uit. Mijn krediet is bereikt, maar, ik heb een mooi huisje
Paul, is het hele weekeind de stad uit. Mijn krediet is bereikt, maar, ik heb een mooi huisje en mijn nieuwe vriend.
Paul, is het hele weekeind de stad uit. Mijn krediet is bereikt, maar, ik heb een mooi huisje en mijn nieuwe vriend.
Paul, is het hele weekeind de stad uit. Mijn krediet is bereikt,
ik heb naar je geluisterd en ben het weekeind de stad uit.- Hoi, mam.
ik heb naar je geluisterd en ben het weekeind de stad uit.- Hoi, mam.
ik heb naar je geluisterd en ben het weekeind de stad uit.- Hoi, mam.
Je zult het niet geloven, maar ik heb naar je geluisterd en ben het weekeind de stad uit.- Hoi, mam.
ik heb naar je geluisterd en ben het weekeind de stad uit.- Hoi, mam.