Examples of using Wilber in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Biologisch of niet, Wilber is mijn zoon.
Een jongen. Hij heet Wilber.
Kom op, Wilber.
Met jou en Wilber.
Hij zegt niet veel. Behalve Wilber.
Willy Wonka was de zoon van de, beroemde tandarts, Wilber Wonka.
Ik wil het niet doen. En dat is Wilber.
Ga in vrede, Wilber.
Een jongen. Hij heet Wilber.
Wilber heeft stabiliteit in z'n leven nodig… als er iets met mij gebeurt.
Wilber krijgt een broertje met
Velen lopen weg met Jung- Wilber niet.
Velen zien het verstand als de grote boosdoener-- Wilber niet.
Velen lopen daarin tegenwoordig weg met Jung-- Wilber niet.
Velen geven af op Freud-- Wilber niet.
Velen zien het verstand als de boosdoener- Wilber niet.
Een jongen. Hij heet Wilber.
Als mijn melkklieren gaan ontsteken, zal ik Wilber besmetten.
Een jongen. Hij heet Wilber.
Dat hij het zou riskeren om z'n leven voor me te veranderen… zoals ik dat voor Wilber heb gedaan.