Examples of using Zeph in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik weet niet hoe, maar Zeph is hier.
Het zal werken, Zeph.
Rennen, Zeph. Vader!
Rennen, Zeph. Vader!
Zie jij Zeph? Luce?
Rennen, Zeph!
En dan berichten wij Zeph over ons plan.
Luce? Zie jij Zeph?
En als we dan Zeph kunnen bereiken, dan kan ze beginnen met het evacueren van Old Town.
Dan kan ze beginnen met het evacueren van Old Town. En als we dan Zeph kunnen bereiken.
Uhm, als de Armada's zo dichtbij is als we denken, dan krijg ik de Sonic nooit op tijd klaar- Oké. Zeph. maar misschien kunnen we dit wel gebruiken.
Jij bent een goede, Zeph.
Ze haalde mij uit het groen, Zeph.
Door onze gedachten te richten op Zeph's genezing.
Zeph. Drie.
Waar is Zeph?
Zeph, draag je?
Wat, Zeph?
Tante Zeph is gemeen.
Werk eraan, Zeph.