Examples of using Zordon in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Kijk, het is Zordon.
Wat heeft hij? Zordon.
Zordon? Over mij oordelen?
Zordon heeft geen tijd meer.
Zordon, ben je er?
Wat is er met Zordon?
Kunnen we Zordon zoeken?
Zordon heeft geen tijd meer.
Zordon. Wat heeft hij?
Wat, Zordon? Ik kan niet?
Zordon? Meester?
Zordon? Waar is hij? Meester?
Gaat 't? Ik dacht even aan Zordon.
Kom erdoorheen, Zordon. Ik zie het.
Wat, Zordon? Wat kun je niet?
Zordon, goed om je stem te horen!
Ik dacht even aan Zordon. Gaat 't?
Opschieten. Zordon houdt 't niet lang meer vol.
Daarna ging hij weer met Zordon mee naar Eltar.
Wat Zordon ook zegt… ik weet dat ik waardig ben!