"Absalom" wordt niet gevonden op TREX in Duits-Nederlands richting
Probeer In Nederlands-Duits Te Zoeken (Absalom)

Voorbeelden van lage kwaliteit zin

Und Absalom hatte Amasa an Joabs Statt gesetzt über das Heer.
En Absalom had Amasa in Joabs plaats gesteld over het heir.
Denn Absalom haßte Amnon,
Maar Absalom was vergramd op Amnon,
so wie Absalom geboten hatte.
gelijk als Absalom geboden had.
zog gen Gessur und brachte Absalom gen Jerusalem.
toog naar Gesur; en hij bracht Absalom te Jeruzalem.
Also taten die Knaben Absaloms dem Amnon, wie ihnen Absalom geboten hatte.
En de knechten van Absalom deden met Amnon, zoals Absalom bevolen had.
Denn Absalom hasste den Amnon,
Doch hij haatte Amnon,
Und Absalom sagte zu Huschai:
Maar Absalom zeide tot Husai:
Also blieb Absalom zwei Jahre zu Jerusalem,
Alzo bleef Absalom twee volle jaren te Jeruzalem,
Da machte sich Joab auf und kam zu Absalom ins Haus und sprach zu ihm.
Toen maakte zich Joab op en kwam tot Absalom in het huis, en zeide tot hem.
Auf diese Weise tat Absalom mit ganz Israel,
En naar die wijze deed Absalom aan gans Israel,
Da nötigte ihn Absalom, daß er mit ihm ließ Amnon
Als Absalom bij hem aanhield, zo liet hij Amnon
David wurde aus Jerusalem hinausgetrieben und Absalom ernannte sich selbst zum König für eine kurze Zeit.
David wordt gedwongen om Jeruzalem te verlaten en gedurende een korte periode installeert Absalom zichzelf als koning.
Böses noch Gutes. 22 Denn Absalom hasste Amnon,
maar Absalom haatte Amnon,
Böses noch Gutes. Denn Absalom haà te Amnon deshalb,
maar Absalom haatte Amnon,
Da machten sie Absalom eine Hütte auf dem Dache,
Zo spanden zij Absalom een tent op het dak;
Ist der Junge, mein Absalom,?
Is het wel met den jongeling, met Absalom?
Und ihr Bruder Absalom sagte zu ihr.
En haar broeder Absalom zeide tot haar.
Als Vergeltung tötet Tamars Bruder Absalom Amnon.
Bij wijze van wraak wordt Amnon vermoord door Tamars broer Absalom.
Jedermanns Herz in Israel hat sich Absalom zugewandt.
Het hart van een iegelijk in Israel volgt Absalom na.
Es ist das Volk, welches Absalom nachfolgt.
Er is een slag geschied onder het volk, dat Absalom navolgt.