BAD BENUTZEN - vertaling in Nederlands

badkamer gebruiken
bad benutzen
badezimmer benutzen
toilette benutzen
toilet gebruiken
toilette benutzen
bad benutzen
klo benutzen
badezimmer benutzen
WC benutzen
wc
toilette
klo
WC
bad
badezimmer
mal
waschraum
damentoilette
herrentoilette
latrine
toilet gebruikmaken
toilet gebruik maken
bad benutzen

Voorbeelden van het gebruik van Bad benutzen in het Duits en hun vertalingen in het Nederlands

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Ecclesiastic category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Computer category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
Kann ich dein Bad benutzen?
Ik moet jullie badkamer gebruiken.
Kann ich Ihr Bad benutzen?
Mag ik jullie badkamer gebruiken?
Darf ich dein Bad benutzen?
Mag ik je badkamer gebruiken?
Darf ich dein Bad benutzen?
Mag ik de badkamer gebruiken?
Könnte ich auch Ihr Bad benutzen?
Mag ik ook de badkamer gebruiken?
Dürfte ich Ihr Bad benutzen?
Kan ik Uw badkamer gebruiken?
Aber könnte ich vielleicht dein dein Bad benutzen?
Sorry. Kan ik misschien… De badkamer gebruiken?
Dürfte ich Ihr Bad benutzen,?
Mag ik even van uw wc gebruik maken?
Darf ich kurz Ihr Bad benutzen, ehe ich gehe?
Mag ik even gebruiken maken van uw toilet, en daarna vertrekken?
Sorry. Könnten wir Ihr Bad benutzen, um ihren Fuß sauber zu machen?
Sorry, mevrouw. Mogen we uw badkamer gebruiken om haar voet schoon te maken?
Dürfte ich Ihr Bad benutzen?
Kann ich mal dein Bad benutzen?
Mag ik gebruik maken van uw toilet?
Ich muss mal das Bad benutzen.
Ik moet even naar het toilet.
Ich meine, darf ich dein Bad benutzen?
Ik bedoel, mag ik je bad gebruiken?
Ich werd zum allerersten mal das Bad benutzen müssen.
Voor de allereerste keer moet ik naar het toilet.
Darf ich das Bad benutzen?
Mag ik naar het toilet?
Verzeihung. -Darf ich das Bad benutzen?
Kan ik naar het toilet? Pardon?
Darf ich mal das Bad benutzen?
Mag ik even naar het toilet?
Ich musste ihr Bad benutzen.
Ik moest naar het toilet.
Ich muss mal das Bad benutzen.
Ik moet naar 't toilet.
Uitslagen: 61, Tijd: 0.0602

Woord voor woord vertaling

Top woordenboek queries

Duits - Nederlands