ORANGEN - vertaling in Nederlands

oranje
orange
oranien
gelb
bernstein
orangefarbenen
sinaasappel
orange
apfelsine
orangengeschmack
sinaasappels
orange
apfelsine
orangengeschmack
sinaasappelen
orange
apfelsine
orangengeschmack

Voorbeelden van het gebruik van Orangen in het Duits en hun vertalingen in het Nederlands

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Ecclesiastic category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Computer category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
Wir könnten mit diesem orangen Schlüssel nach unseren Sneakern sehen.
We kunnen deze oranje sleutel gebruiken om naar onze sneakers te kijken.
Gott erschuf die Orangen, Äpfel und Erdbeeren.
God schiep de sinaasappel, de appel en aardbeien.
Wir ernähren uns vom Land! Orangen, Äpfel.
We leven van het land. Sinaasappels, appels.
Friere die Orangen ein und mach ihr Gas aus.
Bevries de sinaasappelen en zet 't gas uit.
Hat jemand diese orangen Giftwolken gesehen?
Heeft iemand die oranje gifwolken gezien?
Meine Hüfte war in Prudences Alter so breit wie anderthalb Orangen.
Ik paste in anderhalve sinaasappel toen ik zo oud was als Prudence.
Wir ernähren uns vom Land! Orangen, Äpfel.
We leven van 't land. Sinaasappels, appels.
Tonnen für Orangen der Sorte„bianca co mune.
Ton voor sinaasappelen van de soort„bianca comune.
Wie eine Untertasse. Mit… grünen und orangen Lichtern.
Met… groene en oranje lichten. Net een schotel.
Seht, sie haben Limonen, Orangen und Gurken.
Kijk, ze hebben citroen, sinaasappel en komkommer.
Und normale Orangen.
En wat normale sinaasappels.
Tonnen für Orangen der pigmentierten Sorten.
Ton voor sinaasappelen van gepigmenteerde soorten.
Whoa! Du hast orangen Feenglanz gefunden?
Whoa! Heb je oranje elfenstof gevonden?
Bei mir gibt's nur Champagner und Orangen.
Ik heb champagne en een sinaasappel in de ijskast.
Ich hasse Orangen.
Ik haat sinaasappels.
Ich habe die Orangen gekauft und ihn geheiratet.
Niets… Ik kocht de sinaasappelen en trouwde met hem.
Den orangen und… den orangen.
De oranje en de oranje.
Darum haben wir hier heute Abend Äpfel und Orangen.
Vanavond dus een appel en een sinaasappel.
Nein. Ich meinte, für die Orangen.
Nee, ik bedoelde voor de sinaasappels.
Iss Orangen.
Eet de sinaasappelen.
Uitslagen: 842, Tijd: 0.1224

Top woordenboek queries

Duits - Nederlands