Voorbeelden van het gebruik van Arman in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Arman komt dichterbij.
Arman, de man.
Aangaande Amelie en Arman.
Jessica Gilroy of Arman Avakian.
Laat het gaan, Arman.
Is het waar, Arman?
Arman. Heb je even?
Ik kom via Arman.
Hield ik van Arman?
Eli arman… is dood.
Heb je even? Arman.
Hij moet weg. Arman?
Hij moet weg. Arman?
Arman, hoe gaat het? Carrie?
Halverwege de derde Leffe zei Arman.
De bunker is rookvrij, Arman.
Armando, kom alsjeblieft hier. Arman.
Arman, een bouwingenieur uit de stad.
Ik had Arman nog nooit zo gezien.
Benjamin en Arman wachten voor een van deze abstracties.