Voorbeelden van het gebruik van Bakkerij in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Of een bakkerij.
Het was een bakkerij.
Ik moet maar weer eens terug naar de bakkerij.
Bomboloni van Petrola's bakkerij.
Dus jullie gaan naar de bakkerij.
Ik moet naar Sharls bakkerij.
Beneden in de bakkerij.
Pasta fazool, wat een goede dag in de bakkerij.
Mijn moeder… Ze werkte in de bakkerij.
Onze bakkerij.
Ik heb een bakkerij.
En we hebben een bakkerij voor honden.
Het is een bakkerij.
Heb je er een bakkerij van gemaakt?
Wat is die oploop daar bij Jensens bakkerij?
Die bakkerij is nu zelfvoorzienend.
Die bakkerij in Boyle Heights.
Ik reed voorbij de bakkerij, en het glas lag overal verspreid.
Bakkerij en supermarkt in het dorp.
De molen en bakkerij zijn vrij toegankelijk.