BANAAN - vertaling in Duits

Banane
banaan
banana
Banana
banaan
Bananen
banaan
banana
Bananencreme

Voorbeelden van het gebruik van Banaan in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Ecclesiastic category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Computer category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
Hij eet een banaan.
Er isst eine Banane.
Banaan is de'onjongleerbare' vrucht. Nee, kind!
Nein, Kind! Bananen sind unjonglierbar!
Drie jaar oude banaan.
Drei Jahre alte Banane.
Zeg dat hij een banaan moet eten voor z'n potassium.
Sagen Sie ihm, er soll Bananen essen.
Ik maak me zorgen om jou, je eet een banaan.
Ich sorge mich, weil du eine Banane isst.
Lk wil banaan op m'n wafels.
Ich will Bananen auf meiner Waffel.
Hij denkt dat hij een banaan is.
Er denkt, er ist'ne Banane.
Pindakaas en banaan, gebakken in spekvet.
Keine Erdnussbutter und Bananen, frittiert in Speckfett.
Ik eet een banaan.
Ich esse eine Banane.
Oké. Ik eet de banaan niet eens.
Okay, du hast mich. Ich esse die Bananen gar nicht.
Ik weet wat een banaan is.
Ich weiß, was eine Banane ist.
Pannenkoeken met chocolade en banaan.
Pfannkuchen mit Schokostücken und Bananen.
Ik heb een banaan voor je.
Ich hab eine Banane für dich.
Vanillepudding met banaan.
Vanillecreme mit Bananen.
En zij heeft een banaan.
Und sie hat eine Banane.
Toch, Grampa? Ik wil banaan op m'n wafels.
Oder? Ich will Bananen auf meiner Waffel.
Ik wil ontbijtgraan en een banaan.
Ich will Cornflakes und eine Banane.
Geef haar een banaan.
Gib ihr Bananen.
Maar jij, Banaan.
Aber du, du Banane.
Eén banaan, twee banaan, drie banaan.
Eine Banane, zwei Bananen, drei Bananen.
Uitslagen: 977, Tijd: 0.0506

Top woordenboek queries

Nederlands - Duits