Voorbeelden van het gebruik van Basketballen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ja, dat is van het basketballen.
Elleboog je bij het basketballen.
Ik had genoeg van het basketballen voor vandaag.
Ik heb gewonnen met basketballen.
We gaan een potje basketballen.
Je kan niet alles oplossen met basketballen.
Maar niet van het basketballen.
Ik was aan het basketballen.
Na het basketballen.
Ik dacht: misschien wil je me eens naar me komen kijken bij 't basketballen.
Basketballen? Welnee. Ik tennis tegenwoordig.
Basketballen? Welnee. Ik tennis tegenwoordig?
We basketballen, dansen, vrijen.
Als hij wil basketballen, laat hem dan.
Hij wil basketballen en Cheetos eten.
Duitsers basketballen,?
Niet meer basketballen dan maar?
Ik zou gaan basketballen.
Vroeger was het high worden en basketballen.
We kunnen niet meer basketballen.