Voorbeelden van het gebruik van Benda in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Oh, de heer Benda.
Ik weet het, Benda.
Dat zijn de moordenaars van Benda.
Himmler zei dat Dubi en Benda er ook zijn.
Benda was sinds 1946 lid van de CDU.
Ik wist niet, dat je Benda persoonlijk kent.
Ik wist niet dat je Benda persoonlijk kende.
Herr Benda.
Óf ik maak de aantekeningen van August Benda openbaar. Óf u neemt vrijwillig ontslag, meneer Zörgiebel.
Dit is het werk van Benda's mannen. Fritz.
Verdomde Benda.
Benda. Wat?
Benda stuurde hem.
Uw Benda hier.
Echt, Benda.
LUCHTHAVEN BOGOTÁ Verdomde Benda.
Benda zegt het constant.
Benda, blijf hier!
De zaak Benda.
Benda, politie Berlijn.