Voorbeelden van het gebruik van Benno in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Laten we eindelijk gaan, Benno.
Ik wil hier weg, Benno.
Ik weet, hoe wij Benno meekrijgen.
Ik wil eerst met Benno spreken.
Waar is Benno? Hé, Michi.
Ik wil eerst met Benno spreken.
Benno, ik heb wel op je gewacht.
Laat je niet afschrikken door Benno.
Hij zit in de gevangenis. Benno?
Ik wil als Benno bekend staan!
Benno. Hij moest lachen om mijn onwetendheid.
Je hebt er geen idee van, Benno.
Waarom niet Benno Fürmann, of Bruno Ganz.
Broeder Benno mediteerde bij voorkeur over Urbanus' opdracht.
En na het eten gaan we Benno ophalen.
Broeder William, nee. Nee.-Benno.
Daar moet jij je niet om bekommeren, Benno.
Ik heb spul nodig. Axel? Benno?
Broeder Benno mediteerde bij voorkeur over Urbanus' opdracht.
Dan stoppen we allemaal, net als Christiane en Benno.