Voorbeelden van het gebruik van Bleekmiddel in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Dat bleekmiddel verbrandt je longen.
Haal de luminol. Bleekmiddel.
Gedroogde verf, terpentine, bleekmiddel.
Ginny, pak het bleekmiddel en wat keukenrol.
Telefoontjes, rotte eieren op m'n auto, bleekmiddel in m'n tuin.
Ik ruik bleekmiddel.
Pak een borstel en bleekmiddel.
Hij heeft vast wel bleekmiddel, toch?
Abby vond kleine sporen van bleekmiddel op haar kleren.
Of de volgende keer gebruik ik bleekmiddel,!
Slimme meid. Je gebruikt bleekmiddel.
Kauwgom en bleekmiddel.
Het ruikt naar bleekmiddel.
Ze smaken naar bleekmiddel.
Het is een versneller gemaakt van benzine, bleekmiddel en vaseline.
Met bleekmiddel.
Koopt veel bleekmiddel.
We hebben een bleekmiddel nodig.
En bleekmiddel. Want dat betekent dat jij er bent.