Voorbeelden van het gebruik van Breck in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Breck en Todd wel.
Breck; je eigen zoon.
Nee Breck, echt niet.
We zijn 'n team, Breck.
Oké, Breck. Hou vol.
Breck, we hebben een probleem.
Heeft Breck u geslagen?
Nee, dat zou Breck nooit.
Het is gelukt, Breck.
Hoeveel heeft Breck ingebracht?
Hoe oud was Breck toen?
Breck, bel de politie.
Het zijn Garrison en Breck.
Breck, het hek staat open.
Kan ik iets doen, Breck?
Hij is nu bij Breck.
Breck krijgt hem wel klein.
Ga je ergens heen, Breck?
Breck, moeten we echt weg?
Breck is als een broer voor me.