Voorbeelden van het gebruik van Campion in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Campion kan alles opsporen.
Campion. Een krachtige naam.
Campion. Niet waar.
Campion kan iedereen vinden.
Alleen Campion is nog over.
Campion. Jij bent niet echt.
We hebben alleen Campion nog.
Campion. Wat gebeurt er?
Heeft Campion al iets gegeten?
Machines gaan niet dood, Campion.
Doe het met de hand, Campion.
Nadat Campion de crimineel hielp ontsnappen.
Ze lijkt Campion erg te mogen.
Campion! Help me! Alsjeblieft!
Campion? Nog een klein stukje.
Campion is gek op een moordmachine.
Campion is verliefd op een moordmachine.
Kapitein Campion heeft 'm deze keer gevangen.
Mis je ons dan niet? Campion.
Hij heeft contact met Campion gehad.