Voorbeelden van het gebruik van Canaan in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Burgemeester van Port Canaan.
We moeten naar Canaan gaan.
Ze namen iedereen uit Canaan mee.
Pardon. Ben je verdwaald? Canaan.
Niemand vetrekt uit Canaan ooit nog.
Ze namen iedereen van Canaan mee.
Ik ben de sheriff van Port Canaan.
Er zijn al vaak mensen uit Canaan vertrokken.
We houden van je, Port Canaan!
Dr. Canaan verder op in de hal?
Het volgende station is New Canaan, Connecticut.
Niemand zal Canaan… ooit nog verlaten.
Canaan? Er zijn 18 lijken en 19 hoofden?
Darius, niemand zou jou boven Canaan verkiezen.
Er zijn 18 lijken en 19 hoofden. Canaan?
Nee, wel een Canaan en een Arcadia.
Lila. Canaan. Hoe is het met jullie?
Ik tel 18 lijken en 19 hoofden. Canaan!?
Port Canaan?
Dank u, Barak Ben Canaan en dorpsvoorzitter Dr Ernst Lieberman.