Voorbeelden van het gebruik van Chauncey in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Geen kliekjes voor Chauncey.
Heb je kinderen, Chauncey?
Chauncey. Hier is hij.
Chauncey was een onrustige ziel.
En de uwe, Chauncey Gardiner.
Chauncey. We hebben een probleem.
Chauncey, daar ben je.
Dr. en mevrouw Chauncey Gump.
Hij heet Theodore Chauncey Elcott.
Chauncey. Wat is er?
Wie is dat? Chauncey.
Chauncey, je bent er geweest.
Wat riep hij? Master Chauncey.
Welterusten, Chauncey. Welterusten, Eve.
Mam wil Chauncey bij jou achterlaten.
Kom, wacht nou eens even, Chauncey.
Ze is niet naar Chauncey Cheddar gegaan.
Bedoel je dat ongeluk met Chauncey?
Maar misschien kan Chauncey ons erbij helpen.
Probeer je me te vermoorden, Chauncey?